De architect aan het werk in de natuur

Het ontwikkelen van de natuur die past bij het verleden, heden en de toekomst is geen gemakkelijke taak. Met landschapsarchitectuur heb je echter een duidelijke visie die ontwikkeld wordt bij een groter gebied. Er wordt zeker ook naar de details gekeken, maar uiteindelijk draait het vooral om het grote geheel. Hoe passen paden, wegen, waterstromen en groengebieden bij elkaar? Zodra de grote lijnen helder zijn, kan er invulling worden gegeven aan de zones binnen een gebied en de onderdelen binnen een zone. Je werkt van groot naar klein en dat zorgt ervoor dat het een geheel blijft.

Het verschil tussen vroeger en nu

Er is een periode geweest dat er in de steden en wijken zoveel mogelijk een beperking aan groen werd opgelegd. Kijk maar naar je eigen huis en tuin: het liefst zo onderhoudsvrij als mogelijk was. Dat had als natuurlijk gevolg dat er maar weinig groen overbleef. Dit had weer gevolgen voor de afwatering en bodem van een gebied. Nu ben je zelf bewuster van het nut van de natuur, maar ook gemeenten en provincies besteden weer meer aandacht aan het terugbrengen van de natuur in elk gebied, niet alleen buiten de stad of buiten het dorp.

Belangrijke elementen

Je weet dat bomen zorgen voor een gezonde lucht en dus worden oude bomen vervangen of in nieuwe gebieden ook jonge bomen aangeplant. Grassen en wortels zorgen ervoor dat de bodem bij elkaar blijft en niet wegstroomt bij een fikse regenbui. Beken en rivieren vangen het overtollige water in natte tijden weer op en laten het wegstromen. Door de kenmerken en kwaliteiten van elk natuurelement op de juiste plek in te zetten, bescherm je jezelf tegen de invloeden van buitenaf. Op grotere schaal gebeurt dit overal om je heen met hulp van BTL, op kleinere schaal kun je thuis en in je buurt ook iets voor de natuur doen.